Lessen PSP X2

Les 17: Mengmodus in PSP X2

  1. Hiermee kan men pixels van de actieve laag mengen met pixels van onderliggende lagen. De actieve laag is de menglaag. Iedere laag heeft een mengmodus, normaal is dat de modus normaal. Open het Palet lagen om de modi te bekijken. De achtergrondlaag moet ongezet worden in een laag om mengmodus actief te maken.

    modi

  2. Volgens Help van PSP X2:
    • "Geselecteerde laag" duidt op de laag waarvoor u de mengmodus instelt. N.B.: Voor verschillende mengmodi is de overdracht van kleurkanalen verbeterd. Deze mengmodi zijn mogelijk niet compatibel met andere toepassingen. Gebruik de mengmodi met de aanduiding 'oud' voor compatibiliteit met andere toepassingen.
    • Normaal:
      • Pixels van onderliggende lagen worden weergegeven op basis van de dekking van pixels op de geselecteerde laag. Als gegevens volledig dekkend zijn, zijn er geen pixels zichtbaar. Hoe lager de dekking, des te meer pixels er van onderliggende lagen zichtbaar zijn.
    • Donkerder
      • Pixels in de geselecteerde laag die donkerder zijn dan de onderliggende lagen, worden weergegeven. Pixels die lichter zijn dan de onderliggende lagen, verdwijnen.
    • Lichter
      • Pixels in de geselecteerde laag die lichter zijn dan de onderliggende lagen, worden weergegeven. Pixels die donkerder zijn dan de onderliggende lagen, verdwijnen.
    • Kleurtoon
      • De kleurtoon van de geselecteerde laag wordt toegepast op de onderliggende lagen (waarbij de verzadiging en helderheid ongewijzigd blijven).
    • Kleurtoon (oud)
      • De kleurtoon van de geselecteerde laag wordt toegepast op de onderliggende lagen (waarbij de verzadiging en helderheid ongewijzigd blijven).
    • Verzadiging
      • De verzadiging van de geselecteerde laag wordt toegepast op de onderliggende lagen (waarbij de kleurtoon en helderheid ongewijzigd blijven).
    • Verzadiging (oud)
      • De verzadiging van de geselecteerde laag wordt toegepast op de onderliggende lagen (waarbij de kleurtoon en helderheid ongewijzigd blijven).
    • Kleur
      • De kleurtoon en verzadiging van de geselecteerde laag worden toegepast op de onderliggende lagen (waarbij de helderheid ongewijzigd blijft).
    • Kleur (oud)
      • De kleurtoon en verzadiging van de geselecteerde laag worden toegepast op de onderliggende lagen (waarbij de helderheid ongewijzigd blijft).
    • Luminantie
      • De luminantie (of helderheid) van de geselecteerde laag wordt toegepast op de onderliggende lagen (waarbij de kleurtoon en verzadiging ongewijzigd blijven).
    • Luminantie (oud)
      • De luminantie (of helderheid) van de geselecteerde laag wordt toegepast op de onderliggende lagen (waarbij de kleurtoon en verzadiging ongewijzigd blijven).
    • Vermenigvuldigen
      • De kleuren van de geselecteerde laag worden gecombineerd met de onderliggende lagen, waardoor een donkerdere kleur ontstaat. Vermenigvuldiging van een kleur met zwart levert zwart op. Bij vermenigvuldiging met wit blijft een kleur ongewijzigd.
    • Bleken
      • De kleuren van onderliggende lagen worden lichter gemaakt door het tegenovergestelde van de geselecteerde en onderliggende lagen te vermenigvuldigen. De resulterende kleur komt overeen met de geselecteerde laag of is een lichtere versie hiervan.
    • Oplossen: De kleuren van een aantal pixels op de geselecteerde laag worden op willekeurige wijze vervangen door pixels van de onderliggende lagen, waardoor een stippeleffect ontstaat. Hoeveel pixels worden vervangen, is afhankelijk van de dekking van de geselecteerde laag: hoe lager de dekking, des te meer pixels worden vervangen.
    • Overlay: Combinatie van de mengmodi Vermenigvuldigen en Bleken. Als de kleurkanaalwaarde van onderliggende lagen kleiner is dan de helft van de maximumwaarde, wordt de mengmodus Vermenigvuldigen gebruikt. Is de kleurkanaalwaarde gelijk aan of groter dan de helft van de waarde, dan wordt de mengmodus Bleken gebruikt. In de mengmodus Overlay worden patronen of kleuren van de geselecteerde laag weergegeven, terwijl de schaduwen en hoge lichten van onderliggende lagen bewaard blijven.
    • Hard licht: Combinatie van de mengmodi Vermenigvuldigen en Bleken. Als de kleurkanaalwaarde van de geselecteerde laag kleiner is dan 128, wordt de mengmodus Vermenigvuldigen gebruikt. Is de kleurkanaalwaarde gelijk aan of groter dan 128, dan wordt de mengmodus Bleken gebruikt. In de regel gebruikt u de mengmodus Hard licht om hoge lichten of schaduwen toe te voegen.
    • Zacht licht
      • Combinatie van de mengmodi Doordrukken en Tegenhouden. Als de kleurkanaalwaarde van de geselecteerde laag kleiner is dan 128, wordt de mengmodus Doordrukken gebruikt. Is de kleurkanaalwaarde gelijk aan of groter dan 128, dan wordt de mengmodus Tegenhouden gebruikt. In de regel gebruikt u de mengmodus Zacht licht voor het toevoegen van schaduwen of hoge lichten die vaag van omtrek zijn.
    • Verschil
      • De kleur van de onderliggende lagen wordt verminderd met de kleur van de geselecteerde laag.
    • Tegenhouden
      • De helderheidswaarden van de kleuren in de geselecteerde laag maken de kleuren van de onderliggende lagen lichter, waardoor een lichtere afbeelding ontstaat. Lichte kleuren leveren het lichtste resultaat op. Zwart heeft geen effect.
    • Doordrukken
      • De helderheidswaarden van de geselecteerde laag maken de kleuren van de onderliggende lagen donkerder, waardoor de afbeelding donkerder wordt.
    • Uitsluiten
      • Creëert hetzelfde soort effect als de mengmodus Verschil, maar iets zachter.
  1. Mooie effecten zijn te behalen door lagen te mengen. Bekijk bijv. het lagenpalet van een voorbeeldbestand uit een vorige versie van PSP (7) :

    lagen
  2. Wijzig zelf eens de mengmodus én het dekkingspercentage van bepaalde lagen van een eigen afbeelding en bekijk steeds het resultaat.
    ©Marga de Bruyne
    marga.eu
    mijneigenfavorieten.nl/oudje
Terug naar index Lessen PSPX2 | Home