PhotoFiltre7: Gereedschappen

Nodig voor deze les: download brandweer1.jpg en brandweer2.jpg


Het Gereedschapspalet bestaat uit drie onderdelen: kleurenpalet - gereedschappen - opties voor gereedschappen:


1. Het kleurenpalet


Hier worden de zogenaamde voor- en achtergrondkleur bepaald . De “voorgrondkleur” met de linker muisknop, de “achtergrondkleur” met de rechter muisknop.  Deze kleuren worden bijv. gebruikt bij het toepassen van het penseel- of vulgereedschap.
Door op de kleine zwart-witte vierkantjes te klikken springen de kleuren terug naar zwart-wit.

Kleur kiezen:  Dit kan via klikken op de kleurenhokjes 
De muis krijgt nu de vorm van een pipet.  De voorgrondkleur wordt geselecteerd met de linkermuisknop en de achtergrondkleur met de
rechtermuisknop.  Alternatief:  klik op een van de twee vierkanten en een venster met vergroot kleurenpalet wordt zichtbaar.

Overlopende kleuren kiezen: Dit kan d.m.v. de pijltjes onder de kleurenhokjes. Deze geven 11 opties met overlopende kleuren waaruit ook gekozen kan worden.  De 12e klik geeft weer de kleurenhokjes.

Het kromme pijltje (rechtsboven): Hiermee kunnen voorgrondkleur en achtergrondkleur worden verwisseld.

RGB waarden en de HTML code van een bepaalde kleur komen  aan bod bij bespreking van het gereedschap 'Pipet'.
 Codes die zichtbaar zijn wanneer de pipet geactiveerd is.


2.Gereedschappen


In totaal 15 gereedschappen:

Ieder gereedschap heeft in het derde kader (onderaan) zijn eigen specifieke opties. Wanneer men een ander gereedschap activeert wijzigen de opties.

Openen de afbeelding brandweer1jpg, zodat een aantal gereedschappen actief wordt.
  Selectie-gereedschap (sneltoets A of J):
Via de opties in het kader onderaan (zie opties voor gereedschap vorige blz.) kan een selectie tot stand gebracht worden door te slepen met de muis.  Een gemaakte selectie kan worden opgeheven door te klikken op het menu 'Selectie - Selectie verbergen' óf door te klikken op het icoon  .   Er kan dan opnieuw een selectie gekozen worden.
  Laagbeheer (W): hiermee worden de lagen beheerd. In het onderste kader zien we de opties voor dit gereedschap. Links in het Lagenpalet is zichtbaar welke laag actief is. Meerdere mogelijkheden via Beeld – Lagen of via rechtsklik op een laag in het lagenpalet.
 Rolgereedschap (U): drie opties om met de muis door een afbeelding te “rollen”: zie de opties onderaan.


  Pipetgereedschap (K): Hiermee worden kleuren gekozen voor het kleurenpalet.  Iedere kleur uit een geopende afbeelding kan als “voorgrondkleur” (met linker muisknop) en als “achtergrondkleur” (met rechter muisknop) gekozen worden.  In het kader eronder verschijnt dan de RGB waarde en de HTML code van de gekozen kleur.
Zo is wit:  RGB 255-255-255   en heeft het de HTML code:  FFFFFF.
  Toverstokje (L):
Belangrijk zijn hier de 2 mogelijke opties, te weten 'tolerantie' en 'kleur':  hoe hoger de tolerantie des te meer kleur wordt er geselecteerd.
Open om te oefenen de afbeelding brandweer2.jpg; zet de tolerantie op 30 en klikop de grijze bodem .  Bekijk de selectie.  Verberg de selectie  (via het menu 'Selectie - Selectie verbergen').  Zet tolerantie vervolgens op 80 en doe hetzelfde.  Nu is bijna alles geselecteerd.
Als er een vinkje wordt gezet vóór 'kleur', dan wordt alles in een bepaalde kleur geselecteerd.
  Lijn-gereedschap (M):
Ook dit gereedschap heeft verschillende opties: 'Breedte', 'Dekking',  'Antialias', 'Pijlvorm enkel' en 'Pijlvorm dubbel'.  Alleen rechte lijnen zijn mogelijk. Door de Shift ingedrukt te houden blijven de lijnen horizontaal of verticaal of precies onder 450 ze horizontaal en verticaal ook écht recht.  Met 'Breedte' wordt de lijndikte (in pixels) ingesteld.  Met Dekking is de doorzichtigheid in te stellen.  Wanneer een rechte lijn schuin wordt getekend ontstaat er een gekartelde lijn door de vierkante pixels aan de randen. Met Antialias is dat effect te verzachten Antialias houdt in dat kleur van de kartels wordt gemengd tussen de kleur van de lijn en de kleur van de omgeving.


  Vulgereedschap (N):
Een gebied met een effen kleur is te vullen met een andere kleur.  Een bestaande afbeelding met gemengde kleuren is niet eenvoudig te vullen met een effen kleur.  Zet eventueel de tolerantie hoger.  Dekking wijzigen kan mooie resultaten opleveren.
   Spuitbus (O):
Hier zijn 3 opties in te stellen:  'Druk', 'Verstrooiing' en 'Straal'.
Het zijn opties om de spuitbus zijn werk te laten doen.  Oefen hier eens mee op een effen ondergrond.  Met name de straal op bijv. 100 geeft een mooi "all-over" resultaat.

  Gummen (Wisser) (V):
De wisser werkt op een Achtergrond en op een laag. Er zijn 12 opties. Bij de laatste 6 worden Straal  en Druk actief.



   Penseel (P):
De in te stellen opties betreffen de dikte en vorm van een penseelstreek.  Alleen bij de onderste twee opties is ook de straal in te stellen.  Met de Shift-toets ingedrukt kun je een rechte lijn maken.  Met de Ctrl-toets ingedrukt kun je een kleur kiezen uit een geopende afbeelding.  De cursor wordt dan een pipet.

  Geavanceerd penseel (Q):
Ook hier weer een aantal interessante opties.  Probeer het allemaal uit.
  Kopieerstempel (T):
Met de Ctrl-toets ingedrukt wordt het te kopiëren gebied vastgelegd in de stempel.  De grootte van dit gebied wordt ingesteld met de optie 'Straal'.  Wanneer er een vinkje wordt gezet vóór 'Vast', dan wordt de kopie vastgehouden.  Het kopieerstempel werkt alleen binnen dezelfde afbeelding.


Beschrijving: C:\00MARGA\DATA\00sites\marga\pf\lessenpf\gereedschap\nevel.jpgNevel (R):
Met dit gereedschap kan een vervaging worden aangebracht.  Om tijdens
het vervagen het resultaat goed te kunnen zien is het belangrijk om eerst in te zoomen tot 200 of 300% en pas dan het gereedschap toe te passen.

  Uitsmeren (S):
Hiermee kunnen pixels worden 'uitgesmeerd'.  Dit gereedschap is met name geschikt om randen iets bij te werken.


  Artistiek (Z):
In totaal 12 artistieke modi om een laag/Achtergrond mee te bewerken. Straal en Druk zijn in te stellen.


3.Opties
Ieder gereedschap heeft zijn eigen specifieke opties. Wanneer men een ander gereedschap activeert wijzigen de opties.


.

Het menu Gereedschappen

  1. De Afbeelding verkenner (ook te activeren via icoon of (Ctrl+E)).Uitgebreide beschrijving daarvan in de les Verkenner.
  2. Automatiseer/batch: erg handig gereedschap om op een hele serie afbeeldingen (of een selectie ervan) een bepaalde bewerking toe te passen. Bijv. omzetten in een ander formaat, allerlei filters. De oorspronkelijke afbeeldingen blijven bewaard. Met name tijdbesparend wanneer een serie foto's uit de digitale camera in tiff omgezet moeten worden in jpeg. Het venster is erg overzichtelijk en duidelijk. Om de bewerking te laten uitvoeren: klik op Actie.

  3. Als schermachtergrond: de actieve afbeelding wordt als bureaublad ingesteld.
  4. Exporteren als pictogram: simpele manier om je eigen pictogrammen te maken. Bij voorbeeld:
  5. Afbeeldingenbeheer: 4 opties om snel met afbeeldingen te werken. Vooral de optie verwijderen is tijdbesparend :



  6. Navigeren: met de Page up en Page down toetsen kun je door de afbeeldingen navigeren. Dat kunnen zijn de geopende afbeeldingen waar je mee bezig bent maar ook de thumbnails in de verkenner.
  7. Openen met standaard programma: de actieve afbeelding wordt zichtbaar gemaakt in het programma dat daarvoor in Windows is ingesteld. Dat is dus per gebruiker verschillend. Het snelste werkt m.i. nog altijd (in Windows XP) de .
  8. Voorkeuren: beschrijving daarvan zie de les Voorkeuren.
  9. Plugins: de geļnstalleerde plugins staan hier vermeld.

© Marga de Bruijne
www.marga.eu
www.mijneigenfavorieten.nl/oudje